Waar de reguliere zorg ophoudt, zetten de professionals van William Schrikker Gezinsvormen (WSGV) een stap extra om te zorgen dat een kind of jongere passende zorg krijgt. WSGV biedt landelijk specialistische hulp wanneer sprake is van een combinatie van complexe opvoedproblemen en een beperking bij het kind en/of de ouders. Hierbij gaat het vaak om een licht verstandelijke beperking (LVB). In een serie artikelen laten we hiervan een aantal voorbeelden zien. In dit artikel: gezinshuis Glunder.
Hoogspecialistische pleegzorg William Schrikker Gezinsvormen
De kinderen die in het Limburgse gezinshuis Glunder wonen, vallen eigenlijk tussen de wal en het schip. De zorg die ze nodig hebben is te zwaar voor pleegouders maar voor de Wet langdurige zorg (WLz)komen ze niet in aanmerking omdat ze nog wel enige ontwikkeling laten zien. Na een persoonlijke ervaring besloten Daisy en Hans de uitdaging aan te gaan om deze kinderen warmte en nabijheid te bieden.
Het geheim van gezinshuis Glunder zit in hun filosofie, gebaseerd op de erkenning dat elk kind uniek is en individuele zorg verdient. De vragen ‘wie ben je?’, ‘hoe gaat het met je?’ en ‘wat kan ik voor je doen?’ vormen de leidraad bij het benaderen van elk kind. Met een flexibele aanpak en een gestructureerde omgeving, verzorgen Daisy en Hans intensieve zorg voor kinderen.
Momenteel wonen er acht kinderen onder het dak van Glunder; zes gezinshuiskinderen en twee van de drie biologische kinderen van Hans en Daisy. Nadat een van hun kinderen niet-aangeboren hersenletsel had opgelopen, kwamen ze voor heel veel extra taken en regelwerk te staan. Daarop vroegen ze zich af: wat gebeurt er eigenlijk met kinderen die zoiets hebben waarvan de ouders niet in staat zijn om dit allemaal te doen?
Hans en Daisy besloten een gezinshuis te starten. “We hebben bewust gekozen voor samenwerking met WSGV omdat we van onszelf wisten: ‘wij hebben meer te bieden dan reguliere zorg’. Jonge kinderen met een meervoudige beperking willen we een thuis bieden. De kinderen die bij ons wonen staan bij jeugdbeschermers van William Schrikker onder voogdij en we werken samen met gedragswetenschappers van WSGV”, zegt Daisy. En team Glunder bestaat naast Hans en Daisy ook uit een leerling maatschappelijk zorg die ze in dienst hebben.
Regionale samenwerking
In Limburg zijn regionale samenwerkingen waarin ze met meerdere gemeenten gezamenlijk jeugdhulp verwerven. Hiervoor zijn met gecontracteerde zorgaanbieders inkoop- en financieringsafspraken vastgesteld. Zo is aangegeven dat de gezinshuiszorg zich hoofdzakelijk richt op 0-23 jarigen waarbij sprake is van ernstige gezins- en/of opvoedingsproblemen en waarbij verblijf in het eigen gezin, het netwerk of een pleeggezin geen reële kans van slagen (meer) heeft of waarbij een geschikte pleegzorgplek niet beschikbaar is binnen een aanvaardbare termijn. Hierbij hanteren ze in deze regio vier als norm voor het gemiddeld aantal kinderen per gezinshuis, afhankelijk van situatie van het gezinshuis en de ondersteuningsbehoefte van de kinderen. Er is een maximum van zes kinderen in totaal. Indien de eigen kinderen van de gezinsouders ook in het gezin verblijven, is totale aantal kinderen (dus inclusief gezinskinderen) in het gezin nooit meer dan acht.
Glunder zit precies aan dat aantal. Toen er gevraagd werd om broertjes en zusjes bij elkaar te houden, hebben ze ervoor gekozen dat te doen. De gezinshuisouders en medewerker hebben allemaal hun vaste taken, al verloopt een dag nooit zoals gepland. Zo begint Hans ’s ochtends vroeg beneden samen met de kinderen die zichzelf aan kunnen kleden. Daisy haalt dan boven de anderen uit bed die verzorgd moeten worden. Vervolgens brengt Hans ze naar diverse bestemmingen, van dagbesteding tot aan een reguliere vrije school.
“Eén meisje heeft een zeer complexe (medische) status. Ze heeft 20 uur per dag sondevoeding nodig en gaat drie dagdelen per week naar een therapeutisch dagverblijf. Dat is dan een apart ritje… Een ander kind vertoond zeer ingewikkeld gedrag dat echt 24/7 doorgaat. Voor deze kinderen en de anderen is er geen alternatief. Een woongroep waar de kinderen steeds wisselende gezichten zien is echt geen optie. Dat werkt niet”, aldus het tweetal.
‘Zorgen voor kinderen met meervoudige beperking bewuste keuze’
Een keer per maand proberen ze de kinderen allemaal een weekend te laten logeren op verschillende plekken om zelf een nacht door te kunnen slapen en de eigen kinderen wat extra aandacht te geven. Dat kan door verschillende constructies. Zo zijn er gemeentes die deze logeeropvang financieren, of de zorgverzekering betaalt de logeeropvang in een kinderzorghuis. Voor een aantal kinderen is daar geen financiering voor, dat gaat van de dagvergoeding af. De vergoedingen blijven ingewikkeld. Soms moeten ze per kind bij verschillende loketten aankloppen voor geld. “De ene gemeente doet nooit moeilijk, de ander zegt direct: dat gaat dan van de dagvergoeding af. Wij zeggen: de zorg die wij bieden is hoogspecialistisch en valt niet onder reguliere jeugdzorg.”
WSGV stelt dat deze kinderen in aanmerking zouden moeten komen voor de WLz, maar daar zijn ze te jong voor. En de voorwaarde hiervoor is dat iemand geen verdere ontwikkeling meer laat zien. Bepaalde kinderen laten, juist omdat ze in dit gezinshuis wonen, nog wel enige ontwikkeling zien, als is het heel weinig, daardoor komen ze net niet in aanmerking voor de WLz.
Een woordvoerder vanuit centrumgemeente Maastricht gaat niet specifiek in op de situatie van Hans en Daisy maar wil wel in algemene zin reageren: “Het is mooi te zien dat mensen hun huis en hart openstellen voor deze doelgroep. De complexiteit is hoog. Binnen onze regio Zuid-Limburg, kan er daarom naast de gezinshuiszorg ook aanvullende zorg aangevraagd worden wanneer dit op inhoud van de casus noodzakelijk is. Hierin hebben de lokale overheden/gemeenten, hoe complex dit soms ook is voor inwoners, de wetgeving te volgen. Deze wetgeving wordt niet door gemeenten of regio’s bepaald maar door de rijksoverheid. Wij geven als gemeenten uitvoering aan deze wetgeving. Gemeenten en regio’s bepalen niet de richtlijnen en wetgeving omtrent WLz. Dat hiermee een zwaardere druk wordt gelegd op de Jeugdzorg en WMO-zorg bij de gemeenten is een gegeven waar ook vanuit de VNG signalen richting het Rijk over worden afgegeven”, aldus de zegsman van de gemeente Maastricht.
Omdat de zorg erg zwaar is, is het voor de gezinshuisouders echter continu een flinke opgave om de zorg goed te kunnen organiseren en gefinancierd te krijgen. Om zo een duurzame plek voor de kinderen te kunnen creëren en te behouden.
Geen klaagzang
Hans en Daisy: “Het is geen klaagzang, maar zoeken naar tijd voor onszelf blijft wel een thema. Want een verschil met andere gezinshuizen is: hier groeien we niet uit. Deze zorg blijft, ongeacht hun leeftijd. Maar we gaan niet zeggen: zoek het maar uit, we doen dit met ons hart.”
Voor hun 16-jarige zoon met niet aangeboren hersenletsel hebben Daisy en Hans met WLz een heel team om hem heen kunnen bouwen. Financiële hulp voor de andere gezinshuiskinderen is lastig te organiseren. Zo stelt een bepaalde gemeente zelfs: ‘we hebben geen kinderen met een LVB’. En soms weten ambtenaren niet wat een gezinshuis is en noemen ze ons gastgezin… Hoe kun je als gemeente niet positief staan ten opzichte van een gezinshuis met warmte en liefde en kinderen liever naar een kille woongroep willen sturen die ook nog meer kost? Dat wil je toch niet?”
Aanvragen
Centrumgemeente Maastricht, waarbij 16 Zuid-Limburgse gemeenten zijn aangesloten, stelt dat iedereen zich kan wenden tot de afdeling Jeugd van het Sociaal Domein voor de aanvraag van jeugdhulp. Daarnaast kunnen deze aanvragen ook lopen via de huisarts, JGZ of specialist: “Binnen onze regio worden verwijzers actief geïnformeerd, zowel mondeling als schriftelijk, over de routes bijbehorende tot de ingekochte zorg. Middels de website Jeugdhulp Zuid-Limburg kan men aanvullende informatie hierover vinden. Met betrekking tot Jeugd Wonen, waar gezinshuizen onder vallen, kan de betreffende verwijzer (gemeentelijke toegang en gecertificeerde instelling) zich wenden tot het Intake Team Wonen (ITW). Deze route is terug te vinden op: Jeugdwonen Zuid-Limburg.”