Contact met de ouders is belangrijk voor elk kind. Daarom is het nodig dat pleegouders goed samenwerken met de ouders van hun pleegkind. Dat is niet altijd makkelijk. Wanneer ouders een licht verstandelijke beperking hebben, kan dat extra uitdagend zijn. Gedragswetenschapper Marieke Suselbeek geeft tips en vertelt hoe we ouders begeleiden om deze samenwerking te laten slagen.
Ouders blijven ontzettend belangrijk voor een kind. Ook als het in een pleeggezin of gezinshuis woont. Marieke: “Hoe beter die band is, hoe beter het met kind gaat. Als die band namelijk niet goed is, dan krijgt het kind eigenlijk geen ‘toestemming’ om op die andere plek te wonen van de ouders. Dat zorgt voor een loyaliteitsconflict bij het kind, wat beschadigend is”.
Samenwerken begint met communiceren. Bij mensen met een LVB helpt het om daar extra aandacht aan besteden. Marieke: “In gesprekken met deze ouders is het belangrijk om altijd te checken of je elkaar goed begrijpt. Begrijpt de ander wat je bedoelt en wat dit concreet betekent? Je moet dingen vaker uitleggen en herhalen. Ook bij ouders die verbaal goed mee kunnen komen. Verder is het belangrijk om het simpel te houden en dingen in stukjes op te delen, zonder dat je kleinerend doet of te kinderlijk praat.”
Compassie helpt enorm
Het belangrijkste voor pleegouders is om te beseffen dat ze het kind van een ander opvoeden. Van iemand die daar meestal niet helemaal vrijwillig voor heeft gekozen. “Heb daarom compassie voor de ouder die ineens moet verdragen dat zijn of haar kind niet meer thuis woont. En dus niet meer ’s ochtends het kindje uit bed kan halen, ontbijt kan maken en naar school brengen. Compassie en begrip hiervoor helpt al enorm.”
Voor een goede samenwerking is het belangrijk om ouders zoveel mogelijk bij het kind te betrekken. “Een ouder kan altijd een rol houden in de opvoeding. Ga op zoek naar wat mogelijk is. Zoals mee naar het consultatiebureau of naar een voorstelling op school. Hoe mooi is het voor het kind dat je daar allebei bent? Je hoeft geen vrienden te zijn met de ouders, maar zorg voor een zo goed mogelijke samenwerkingsrelatie. Zelfs als direct contact door omstandigheden niet mogelijk is, kun je ouders betrokken houden bij het leven van hun kinderen. Bijvoorbeeld door foto’s te delen.”
Houd bijvoorbeeld ook rekening met Vaderdag en Moederdag. “Ik heb in pleeggezinnen vaak de tip gegeven om even alle belangrijke data te vragen aan de ouders, zoals hun verjaardagen, trouwdag, verjaardagen van broertjes en zusjes. Het is een kleine moeite als je hieraan denkt, maar er wordt goed op gereageerd. Zo maak je de band wat gelijkwaardiger. Besef je als pleegouders dat de ouders altijd met 3-0 achterstaan, want jij zorgt voor hun kind, het meest dierbare in hun leven.”
Ondersteuning in de samenwerking
Door hun beperking in combinatie met andere problematiek, kunnen de ouders waar pleegouders bij WSGV mee samenwerken soms anders reageren. “Ze worden dan overspoeld door die emotie, daar kunnen ze niets aan doen. Hun beperking kan er ook voor zorgen dat ze vooral op zichzelf zijn gefocust, waardoor ze soms egoïstisch lijken. Het is belangrijk dat pleegouders naar het kind toe de ouder toch blijven steunen. De zorgen die ze hierover hebben, kunnen ze natuurlijk wel bespreken met de pleegzorgwerker. Die kan helpen om het gedrag te verklaren en begeleid je als pleegouder ook om hiermee om te gaan.”
Naast de begeleiding door de pleegzorgwerker, worden pleegouders ook op andere manieren ondersteund. Ze krijgen altijd een aantal trainingen voordat ze starten als pleegouder, onder andere over LVB. Daarnaast zijn er verschillende mogelijkheden voor extra trainingen. “Pleegouders kunnen zowel online als live cursussen volgen. De live cursussen zijn meteen ook een mooie kans om ervaringen te delen met andere pleegouders.”