Bij pleegkinderen die William Schrikker Gezinsvormen (WSGV) begeleidtkomen kenmerken van autisme relatief vaak voor. Deze kinderen hebben andere behoeften, wat vraagt om een andere aanpak van pleegoudersHoe autisme zich uit, wat dit betekent voor pleegouders en hoe de begeleiding van WSGV eruitziet, vertelt gedragswetenschapper Soumaya Rokneddine. 

Autisme is zichtbaar in de communicatie en het gedrag 

Als een kind kenmerken heeft van autisme, betekent dat niet altijd dat het daadwerkelijk autisme heeft. Een ontwikkelingsachterstand, verstandelijke beperking of traumatische ervaringen kunnen namelijk zorgen voor vergelijkbare signalen. Autisme is bovendien een spectrumstoornis. Dat betekent dat niet elk kind met autisme hetzelfde gedrag toont. “Kinderen met autisme hebben meestal beperkingen in de sociale communicatie. Ze vragen bijvoorbeeld minder vaak dingen aan jou terug, waardoor het gesprek stroever verloopt. Emoties delen en begrijpen is ook lastiger voor hen. Ze pikken non-verbale signalen namelijk moeilijk op. Oogcontact wordt door deze kinderen vermeden of is juist doordringend. Ze hebben daarnaast moeite met het maken van vrienden en daar vaak minder behoefte aan,” legt Soumaya uit. 

Naast beperkingen in de communicatie vertonen deze kinderen vaak specifiek gedrag. “Hele jonge kinderen fladderen bijvoorbeeld of wiegen zichzelf heen en weer. Ze willen bijvoorbeeld ook speeltjes graag op een rij zetten of per se in een bepaalde volgorde. Bij oudere kinderen zie je dat ze alles willen weten over een bepaald onderwerp en daar veel mee bezig zijn. Dat kan ook een kracht zijn, want zo kun je ergens heel goed in worden. Verder zijn kinderen met autisme vaak prikkelgevoelig. Ze kunnen bijvoorbeeld niet goed tegen harde geluiden of fel licht. Ze kunnen ook moeite hebben met hoe bepaalde stoffen aanvoelen. Ten slotte hebben ze vaak behoefte aan vaste patronen en daardoor moeite met veranderingen”, vertelt Soumaya. 

Omgaan met autisme in de opvoeding 

Hoe autisme zich uit verschilt sterk per kind. Als een kind bijvoorbeeld behoefte heeft aan routine, wil dat nog niet zeggen dat het autisme heeft. “We spreken pas van mogelijk autisme als we meerdere kenmerken zien die het functioneren van het kind belemmeren. Bij zulke signalen gaan we in gesprek. We kijken hoeveel het kind en de pleegouders er last van hebben en of er ondersteuning nodig is. Een diagnose kan helpend zijn, maar het is belangrijk dat je het kind niet probeert te vangen in een diagnose. Het kind is veel meer dan dat.” 

Het opvoeden van een kind met autisme kan ingrijpend zijn. Doordat ze anders communiceren, kunnen pleegouders gaan twijfelen of ze het wel goed doen. “Daarom is psycho educatie een mooi middel om pleegouders te laten zien wat autisme betekent en dat ze het niet verkeerd doen. Doordat het brein anders werkt, hebben deze kinderen andere behoeften. Ze kunnen bijvoorbeeld minder behoefte hebben aan knuffelen. Of vinden het lastig om spontaan een dagje uit te gaan. Het ene kind met autisme is het andere niet, dus het is belangrijk om uit te zoeken wat het kind precies nodig heeft. Dat vraagt van pleegouders om te vertragen, zoals dingen in kleine stapjes op te breken en te visualiseren. Blijf goed kijken naar je kind, want zo ontdek je als gezin wat het nodig heeft.” 

 

Ondersteuning van pleegouders met een kind met autisme 

Pleegouders die een pleegkind met autisme hebben, worden in eerste instantie ondersteunt door de pleegzorgwerker. Die denkt mee en ondersteunt bij eenvoudige vragen. “Daarbij adviseer ik de pleegzorgwerker. Als er meer ondersteuning nodig is, wordt er doorverwezen naar een andere organisatie. Dan komt er bijvoorbeeld iemand met specifieke expertise wekelijks langs voor ondersteuning. De pleegzorgwerker blijft wel altijd betrokken.”  

Uiteindelijk is het volgens Soumaya belangrijk dat pleegouders goed blijven kijken waar de behoeften van het kind liggen. “Besef ook dat een kind met autisme veel van je vraagt. Het kost tijd om de juiste aanpak te vinden. Wees daarom niet te streng voor jezelf en blijf ook voor jezelf zorgen. Hoewel het pittig is, hebben deze kinderen absoluut hun sterke kanten en talenten. Ze zijn bijvoorbeeld heel eerlijk en oprecht in hun communicatie. Verder kunnen ze door hun focus ergens heel erg goed in worden. Doordat hun brein anders werkt, hebben ze oog voor detail en vinden ze andere oplossingen. Dat maakt ze zo bijzonder.”