Als pleegouder vervul je veel rollen tegelijk: opvoeder, begeleider, regelaar, trooster en de brug naar de biologische familie. Dat kan soms zwaar zijn. Een netwerk, mensen die je even ondersteunen, aanvullen of ontlasten, is dan heel fijn. Sandra kan dat beamen. Als alleenstaande pleegmoeder is ze blij met buren die altijd voor haar klaar staan. “Al doe ik daar zo min mogelijk een beroep op. Ik heb hier zelf voor gekozen.”
Sandra (58) is sinds elf jaar pleegmoeder. Eerst alleen voor vakanties, later als crisisopvang. In totaal heeft ze zeker veertig kinderen zien komen en gaan. Momenteel wonen er twee kinderen bij haar van bijna twee en bijna drie jaar oud.
Crisisopvang
“Ze praten niet en hebben een flinke achterstand. Af en toe is dat best pittig. Toch vind ik het heerlijk om voor ze te zorgen. Daar word ik happy van. Ze zijn er nu ruim vijf weken en ik heb geen idee hoe lang ze zullen blijven. Crisisopvang is mijn kracht. Iedere keer opnieuw beginnen, geeft mij energie.”
Haar dochter van 22 is inmiddels het huis uit maar komt om het weekend, samen met haar vriend, bij haar moeder logeren. Dan wil het stel ook best even oppassen of op een andere manier een helpende hand bieden. De rest van de tijd staat Sandra alleen voor de zorg van de twee kleintjes. Best zwaar. Als de kinderen om zeven uur op bed liggen, gaat ze zelf soms ook maar meteen slapen, want ze weet nooit hoe (on)rustig of kort de nacht wordt.
Fijne buren
“Bij een crisisplaatsing is het vaak alle hens aan dek. Fijne buren zijn dan heel belangrijk. Ik had een keer een wandelwagen nodig. Die was via de buurt zo geregeld. Of als ze horen dat de kinderen overstuur zijn, helpt er even iemand om een kind vast te houden. Fantastisch. Ik kan op iedereen in mijn omgeving rekenen.”
Pleegzorg hoef je absoluut niet alleen te doen. Een goed netwerk kan veel betekenen. Durf hulp te vragen, aan familie, vrienden, kennissen of buren. Sandra heeft behalve met haar dochter, geen contact met familie. In het hofje waar ze inmiddels al jarenlang woont, zagen mensen haar telkens met andere of meerdere kinderen op straat. Sandra zag de vraagtekens in hun ogen en ging het gesprek aan. Ze vertelde gevraagd en ongevraagd aan buurtbewoners over haar pleegkinderen en haar situatie. Zo ontstond een steeds betere band met meerdere omwonenden. “Op die manier heb ik mijn netwerk opgebouwd. Tegenwoordig zijn we min of meer vrienden. Mijn bovenbuurvrouw noem ik het omaatje. Ik help haar ook. Als het nodig is, bellen we elkaar.”
Veilige plek
Steun vanuit een netwerk kan bestaan uit even een boodschap halen, even op de kinderen passen, spullen regelen, een luisterend hoor. Ogenschijnlijk kleine dingen, kunnen een pleegouder soms enorm helpen. “Zelf heb ik een rotte jeugd gehad. Maar niks heeft me tegengehouden. Ik vind het belangrijk om kinderen een veilige plek te bieden. Omdat ik weet wat het is om die niet te hebben. Dat is mijn grootste drijfveer. Zo lang ik het kan, blijf ik dit doen.”