Inmiddels heeft ze vijf pleegkinderen begeleid naar een volgend thuis. “En elk kindje neemt een stukje van mijn hart mee. Ze zeggen: als je pleegzorg doet, zul je wel een groot hart hebben. Dat zal kloppen, want mijn hart heeft nog steeds ruimte voor meer kinderen.” Een zesde pleegkind is dus ook van harte welkom in het gezin van Carolien en Cor*.
Zo’n zeven jaar geleden begonnen Carolien en Cor met crisisopvang van jonge kinderen, in de leeftijd tot maximaal 4 jaar. Een bewuste keuze. Evenals de inschrijving bij William Schrikker Gezinsvormen (WSGV), dus zorg voor kinderen en/of ouders met een licht verstandelijke beperking (LVB).
“Omdat ik daar ervaring mee heb. Ik heb jarenlang gewerkt als pedagogisch medewerker bij een dagverblijf voor kinderen met een verstandelijke beperking. Toen onze zoon naar de middelbare school ging had ik weer tijd over. Maar ik wilde niet vijf dagen per week buitenshuis gaan werken en ik wilde graag van betekenis zijn. Daarom werd het crisispleegzorg. Want liever meer kinderen een korte tijd helpen in plaats van één voor altijd”, zegt Carolien.
Een jongetje van elf maanden
Na een screening en driedaagse scholing bij WSGV ging al snel de telefoon. Er kwam een jongetje van elf maanden. “Een geweldig mannetje! Zijn moeder was door omstandigheden niet in staat om voor hem te zorgen. Zo’n twee keer per week zag ze hem op neutraal terrein. Daar ging ik dan met hem naartoe.” Na 2,5 maand is hij weer terug naar zijn moeder gegaan.
Een baby van vijf uurtjes oud
Het tweede pleegkind kon na zeven maanden crisisopvang ook weer terug naar zijn moeder. Carolien, Cor en hun zoon stonden op het punt om op vakantie te gaan toen de WSGV wéér belde. Dit keer ging het om een pasgeboren baby. “Ze was vijf uurtjes oud toen ik haar voor het eerst zag en ze kroop meteen onder mijn hart. Een heel klein poppetje. Uiteindelijk is ze zeven maanden bij ons gebleven. Ze is nu drie jaar en woont in een pleeggezin waarmee wij bevriend zijn geraakt. Dus we zien haar nog vaak. We zijn als een soort opa en oma voor haar. De liefde zit diep.”
Contact onderhouden met ouders, met familie, dat is heel belangrijk vindt Carolien. “Ik neem de zorg een poosje over. Maar het is niet mijn kind. Pleegkinderen hebben al een papa en een mama. En ik zal nooit over de ouders oordelen. Al hebben we een uur gereden voor een bezoek en komen ze niet opdagen, al ben ik na een ontmoeting met ouders drie dagen bezig om het kind weer in het gareel te krijgen, geen probleem. Dat hoort erbij als je te maken hebt met ouders met een LVB. Soms willen ze veel te wilde spelletjes doen. Soms weten ze niet hoe ze een baby vast moeten houden.”
Crisisopvang is per definitie tijdelijk en dat betekent telkens opnieuw afscheid nemen. Na vertrek een leeg bedje. Spulletjes opruimen. Even bijkomen. “Er is wel gevraagd of het tweede pleegkind permanent bij ons mocht blijven en ik heb zeker getwijfeld. Maar wij zijn al in de vijftig, is dat leuk voor een kind? Bovendien, er zijn nog zoveel kindjes die onze hulp kunnen gebruiken.”
Een tweeling
Dat werden twee meisjes, een tweeling van twee weken oud. Ze zijn veertien maanden gebleven. “Het heet kortdurende crisisopvang maar ‘kort’ kun je er beter afhalen. Dat komt mede omdat er een groot tekort is aan pleeggezinnen. Voor een tweeling is het helemaal lastig. Gelukkig zijn er lieve pleegouders gevonden.”
Voorlopig kan de crisisopvang tijdelijk niet bellen. Na het vertrek van de tweeling wil Carolien even rust. “Het was een fantastische ervaring die ik niet had willen missen. Maar het was wel heel vermoeiend. We moesten onszelf als gezin daarna weer herpakken. Dat is belangrijk, want ik doe het niet alleen. We doen dit als gezin.”
Over een tijdje gaat hun hart en huis weer open voor een volgend kindje. “Zeker weten. Ik zie het niet als werk. Ik zie het als een verrijking van ons leven.”
Carolien en Cor zijn ivm privacy en geheime plaatsingen gefingeerde namen.