Soms vindt het contact wekelijks plaats, soms één keer per maand. Kinderen die in een pleeggezin wonen, hebben recht op contact met hun ouders. Als het nodig is, kan begeleid bezoek worden ingezet om deze ontmoetingen goed te laten verlopen. Lieke, ambulant werker bij William Schrikker Gezinsvormen (WSGV), is ruim een jaar werkzaam als omgangsbegeleider. “Als neutrale professional bied ik duidelijkheid, structuur en ondersteuning waar nodig.”
Het doel van begeleid bezoek is ervoor te zorgen dat het contact in stand blijft, ook als dat soms lastig is. Na een uithuisplaatsing is het belangrijk dat ouders en kind elkaar kunnen blijven zien. Wanneer dit niet vanzelfsprekend goed verloopt, wordt begeleid bezoek ingezet. Een omgangsbegeleider, zoals Lieke, vervult hierin een belangrijke rol en kan een neutrale schakel zijn in het contact tussen ouder en kind. Dit is extra van belang bij WSGV, waar gewerkt wordt met kinderen en/of ouders met een licht verstandelijke beperking (LVB).
Lieke: “Voor pleegouders geeft het rust dat er een professional aanwezig is tijdens het contactmoment met de ouders. Als zij deze rol zelf zouden vervullen, kan het lastig zijn om neutraal te blijven en tegelijk de relatie met de ouder goed te behouden.”
Contact leggen
In de praktijk vindt het bezoek wel vaak plaats in de woning van de pleegouders. Maar het kan ook op een neutrale locatie zijn, zoals een binnenspeeltuin, bij de kinderboerderij of op een andere geschikte plek. “Sowieso zorg ik altijd dat ik ruim op tijd aanwezig ben, zodat ik op een rustige manier alvast contact kan maken met het kind voordat de ouder er is. Wat er daarna gebeurt, verschilt per situatie. Soms ondersteun ik actief tijdens het contact, bijvoorbeeld door mee te spelen als een ouder dat zelf niet goed kan. Op andere momenten blijf ik meer op de achtergrond en observeer ik. Ik grijp alleen in als dat nodig is, zodat het bezoek zo natuurlijk mogelijk kan verlopen.”
Niet vanzelfsprekend
Begeleid bezoek is niet vanzelfsprekend. Het moet worden aangevraagd. Dit gebeurt vaak via de jeugdbeschermer of pleegzorgwerker. Daarna volgt een startgesprek waarbij een plan en afspraken worden gemaakt. Onder meer over de frequentie en de duur van het bezoek. “Mijn aanwezigheid is ondersteunend, daarbij kijk ik naar het doel en de situatie. Het komt voor dat een ouder telkens beloftes doet aan het kind die niet waargemaakt kunnen worden, terwijl we vooraf hebben afgesproken dat dit niet wenselijk is. Wanneer ik merk dat dit toch gebeurt, bespreek ik dat op een duidelijke manier. Daarnaast bewaak ik de duur van een ontmoeting: wanneer ik zie dat het voor het kind of de ouder voldoende is geweest, rond ik het contact op een passende manier af.”
Eindrapport
Vaak is er na het bezoek nog contact tussen Lieke, de pleegouder en de biologische ouder. Van elk bezoek wordt een objectief verslag gemaakt dat wordt gedeeld met de ouder en de jeugdbeschermer, en wanneer wenselijk ook met de pleegouders. Daarnaast vindt in de loop van het traject een evaluatie plaats, waarin samen wordt gekeken naar het verloop, eventuele verbeterpunten en of de frequentie of duur van de bezoeken moet worden aangepast (ingekort of opgehoogd).
Aan het einde van het traject stelt de omgangsbegeleider een eindrapport op. Als blijkt dat de bezoeken zo goed verlopen dat begeleiding niet langer nodig is of op een vooraf afgesproken moment.