Dankzij een bijbaantje in haar studententijd is Evelien* al ruim tien jaar pleegmoeder van Kevin* (13). Evelien werkte destijds in een instelling voor kinderen met een verstandelijke beperking en werd mentor van een meisje. “Zij was een soort gastdochter voor mij. Kevin is haar zoon.”
Als familieleden of bekenden een kind opvangen, is dat netwerkpleegzorg. Het enige verschil met pleegzorg is dat het gaat om bekenden. Verder zijn alle bijkomende zaken, zoals vergoedingen en een pleegzorgwerker ter ondersteuning, hetzelfde. Dat het bij WSGV om kinderen en/of ouders met een licht verstandelijke beperking (LVB) gaat, was voor Evelien vanzelfsprekend. “Ik laat iedereen in zijn waarde. Dan maakt het eigenlijk niks uit. Wel let ik op mijn taal, ik gebruik geen moeilijke woorden zodat iedereen het begrijpt. Ik denk dat het zeker bij LVB, belangrijk is dat je je goed kunt verplaatsen in de ander, het kind of ouder. Dat je goed bij hun belevingswereld kunt aansluiten.”
Evelien had al een biologisch eigen dochter. Ze had nooit de ambitie om pleegouder te worden. Dat gebeurde toch toen de twee kinderen van haar ‘gastdochter’ uit huis werden geplaatst. “Als moeder heeft ze veel liefde voor de kinderen, maar ze kan niet voor ze zorgen. Daar is ze het niet mee eens. Maar als ze dan niet zelf voor haar kinderen mocht zorgen, vond moeder het bij mij dan de minst erge plek. Ze is hier zelf nog steeds kind aan huis en zij noemt mij ook mama.”
“Ik heb geen moment getwijfeld toen de vraag kwam. Wel over allebei, dat vond ik echt teveel. Er is nog gezocht naar een plek waar twee kinderen terecht konden , maar dat is niet gelukt.”
Evelien heeft veel contact met de ouders van haar pleegkind en de broertjes zien elkaar regelmatig. “Ik probeer de ouders zoveel mogelijk te betrekken. Bij uitvoeringen en ouderavonden op school, bij afzwemmen, voor al dit soort zaken nodig ik ze uit. En moeder komt vaak bij ons thuis. Voor Kevin is dat niet verwarrend. Hij heeft twee moeders, zo ziet hij dat.”
De dertienjarige ziet er uit als een puber en is dat in sommige opzichten ook. Maar sociaal emotioneel heeft hij het niveau van een peuter. “Zijn ruimtelijk inzicht is goed, hij kan zich prima redden in de metro van Londen. Tegelijk speelt hij nog met Duplo en wil hij 365 dagen per jaar naar het Sinterklaasjournaal kijken. Dat is soms best ingewikkeld.”
Vragen of problemen bespreekt Evelien met haar pleegzorgwerker. Inmiddels is er ook een paar uur per week ambulante begeleiding. “Omdat bleek dat zijn zelfredzaamheid niet zo groot is. En er waren ook wat situaties op school. Hierdoor krijgt hij weer nieuwe vaardigheden en het ontlast mij. Dat is heel fijn.”
“Met kinderen met een LVB moet je misschien wat meer geduld hebben. Bovendien, je mist de gebruiksaanwijzing. Bij je eigen kind herken je bepaalde dingen, dat is bij een pleegkind niet meteen het geval. Die heeft een andere basis daardoor heb je een achterstand. Inmiddels kan ik hem heel goed lezen. Kevin is vooral een heel lief jongetje, een cadeautje. Hij is echt mijn tweede zoon.”
Sinds 2022 heeft Evelien ook de voogdij over Kevin. “Ik vond het onnatuurlijk dat ik een formulier moest invullen om samen op vakantie te kunnen gaan. En dat ik bij medische urgenties eerst toestemming moest vragen. Op een dag dacht ik: het is veel handiger om zelf de voogdij te hebben. Ouders vonden het prima omdat ze dat beter vonden dan een beroepsmatige voogd. Nu ben ik pleegouder én voogd, heb ik de zeggenschap over alles. Het nadeel is dat je dan ook alles zelf moet regelen. Gelukkig heb ik een goede pleegzorgwerker. Ze komt elke twee à drie maanden en is meestal direct beschikbaar op momenten dat ik haar nodig heb. Dat is heel fijn. Het pleegouderschap is heel waardevol voor mij. Het is mooi om een bijdrage te kunnen leveren aan het opgroeien van Kevin en zijn ouders daarbij de kans te geven, betrokken te blijven, terwijl hij niet bij hun mag opgroeien. Het idee is dat hij zo lang als nodig is bij mij blijft wonen.”
*Pseudoniem in verband met de privacy